
De Roer ook voor vogels uniek in Nederland
Ongeveer twee weken geleden zijn voor het eerst sinds bijna een halve eeuw weer jonge bijeneters in onze provincie uitgevlogen.
Het eerste broedgeval van deze zeldzame vogel in Nederland dateert uit 1964 en is destijds gevonden in het Midden-Limburgse Heythuysen.
De fraai gekleurde bijeneter komt in ons land maar zelden tot broeden, maar in 2010 zijn maar liefst twee nesten ontdekt in het Roerdal tussen Vlodrop en Roermond.
Het beleid van het Waterschap Roer en Overmaas waarbij de Roer vrij kan meanderen heeft hiertoe positief aan bijgedragen.
Een tropische verschijning
De bijeneter is door de bonte schakering aan kleuren een welhaast tropische verschijning. De chocolade bruine kopveren lopen door tot op de rug.
De rest van de rug en een gedeelte van de vleugels en de keel zijn zwavelgeel, terwijl de rest van de vleugels, de buik en de staart blauwgroen zijn. De zwarte oogstreep geeft hem een mysterieus uiterlijk.
De vogels overwinteren vooral in Afrika en komen vanaf april naar Europa. De meeste dieren broeden in Zuid-Europese landen, maar de laatste decennia neemt het aantal broedgevallen naar het noorden toe.
In ons land staat de soort te boek als een incidentele broedvogel.
Roerdal uniek voor holbewonende vogels
Waarom de bijeneter juist het Roerdal als broedplaats heeft uitgekozen heeft te maken met de nestplaats. Deze vogels graven namelijk zelf een gang en een nestholte uit in steile wanden van bijvoorbeeld rivieroevers of zandafgravingen.
Als er voldoende dieren in een gebied aanwezig zijn, doen ze dat meestal in kolonies. Dit gedrag hebben ze gemeenschappelijk met een andere holbewonende vogel, namelijk de oeverzwaluw.
Ook deze soort kan vele tientallen tot honderden nesten bij elkaar hebben. In Nederland graaft nog een derde vogelsoort zijn nest uit in steile wanden. We hebben het over de ijsvogel, ook wel de ambassadeur van het schone water genoemd. Deze titel heeft hij te danken aan het feit dat de ijsvogel uitsluitend kleine visjes eet, die hij op zicht in helder water moet vangen. Als het water vervuild is, kan hij simpelweg zijn prooi niet zien en verdwijnt hij uit een gebied.
Dat de Roer in ons land de meeste soorten vis en enkele zeldzame libellen herbergt is inmiddels bekend, maar dat dit jaar alle drie de holbewonende vogels in het Roerdal zijn aangetroffen maakt ook de vogelaars enthousiast.
De ijsvogel, de oeverzwaluw en de bijeneter in één gebied is in ons land voor zover bekend nog nooit voorgekomen. Dat heeft alles te maken met het feit dat het riviertje in ons land over een lengte van ruim vijftien kilometer vrij kan meanderen.
De oevers zijn niet vastgelegd en kunnen dus afkalven, waardoor telkens verse kale wanden ontstaan. Ideaal om een nieuwe nestholte uit te graven. Dit beleid van het Waterschap Roer en Overmaas wordt ook op veel andere plaatsen toegepast.
Er wordt zodoende invulling gegeven aan de verplichtingen uit een Europese Kaderrichtlijn Water, die zich richt op het herstellen van natuurlijk functionerende beken en rivieren met bijbehorende flora en fauna.
Limburgse vogelaars zijn erg in hun nopjes met het nieuwe broedgeval van de bijeneter. In het komende nummer van het tijdschrift Limburgse Vogels verschijnt hierover een uitgebreid artikel.
Bovendien doet het Nijmeegse onderzoeksbureau Bargerveen op basis van braakbalanalyses een onderzoek naar het voedsel van de vogels.
Aten de bijeneters daadwerkelijk bijen of bestond hun prooi ook uit andere insecten, zoals hommels en libellen? Over enkele maanden weten we meer.
veilige dijken, schoon water, droge voeten en voldoende water