

De kades die het waterschap in 1997 heeft aangelegd zorgen overal voor een beveiliging tegen een waterafvoer van 2710 m3/s. De kans dat deze afvoer voorkomt is 1/50 per jaar. (populair gezegd een waterstand die eenmaal in de vijftig jaar kan optreden). Daarbij is ook rekening gehouden met extra veiligheid voor golfoploop en opwaaiing. Wanneer er een grotere afvoer optreedt, kan de waterkering overstromen. Waar dit gebeurt, is afhankelijk van een aantal complexe factoren die vooraf niet precies zijn te bepalen. Hierbij spelen wind, golven en verloop van het hoogwater een rol.
Er worden momenteel maatregelen genomen om waterstanden die horen bij een afvoer van 3.450 m3/s te kunnen weerstaan. De kans dat zo’n situatie voorkomt is 1/250 per jaar. (populair gezegd een waterstand die een maal in de tweehonderd en vijftig jaar kan optreden). Daarbij is ook rekening gehouden met extra veilgheid voor golfoploop en opwaaiing. Op dit moment zijn er een aantal trajecten waar al wordt voldaan aan deze norm. De komende jaren worden nog op diverse lokaties maatregelen uitgevoerd zoals het verbreden en verdiepen van de Maas en het ophogen van kades zodat in 2016 overal aan deze norm wordt voldaan.
In de toekomst zal het waterschap twee soorten belastingen heffen: de watersysteemheffing en de zuiveringsheffing. De eerste financiert al het werk dat gepaard gaat met de zorg voor droge voeten. De tweede financiert al het werk dat gepaard gaat met de zuivering van het afvalwater. De waterschappen hopen in 2007 volgens deze nieuwe methoden belasting te kunnen heffen.
Het kabinet wil overigens dat er in de toekomt één nota komt voor alle activiteiten in de drinkwaterketen. Dit betekent dat de zuiveringsheffing, het drinkwatertarief en de gemeentelijke rioolheffing via één nota en één geïntegreerd tarief aan de burger gepresenteerd zullen worden. De nota baseert zich op het waterverbruik van de burger. Het kabinet onderzoekt op dit moment de voor- en nadelen van dit systeem. Ook onderzoekt het mogelijke andere samenwerkingsvormen in de zogenaamde waterketen (bijvoorbeeld waterketenbedrijven).
De nieuw aangelegde kades in Limburg hebben allemaal dezelfde opbouw. Ze zijn geheel opgetrokken uit klei. De bekleding van de kades bestaat uit een kruidenrijke grasbegroeiing die ervoor zorgt dat er geen afkalving ontstaat door stroming en golven. De meeste voorkomende kades en dijken in de rest van Nederland bestaan uit een zandkern met daar overheen een dikke laag klei. Als bekleding wordt gras, asfalt of steenachtige materialen gebruikt.
In de eerste plaats moeten de waterschappen altijd verantwoording afleggen aan het eigen bestuur. Daarnaast pakken de waterschappen de vergroting van efficiency en effectiviteit samen op. Ze maken daarvoor gebruik van de bedrijfsvergelijking. Voor het zuiveringsbeheer vond inmiddels twee maal een bedrijfsvergelijking plaats. Voor de overige taken zullen bedrijfsvergelijkingen volgen.
Waterschappen vergelijken tarieven en ambities op basis van de begrotingen en de jaarrekeningen. En ook op het gebied van de beleidsontwikkeling, calamiteitzorg, inkoop en dergelijke werken waterschappen samen om tot een grotere efficiency te komen. In juni 2004 ondertekenden de waterschappen een protocol met betrekking tot de samenwerking op het gebied van ICT-systemen.
De Europese Kaderrichtlijn Water biedt waterschappen de kans om de waterkwaliteit in hun stroomgebied verder te verbeteren. Het betreft hier een resultaatverplichting. De ambitie van de waterschappen moet dus in de pas lopen met Brusselse eisen en financiële haalbaarheid. Ook is aanvullend algemeen rijksbeleid nodig om de waterkwaliteit te verbeteren. Samen met hun regionale partners zoals de provincies, de gemeenten en belangenorganisaties werken de waterschappen plannen uit om de richtlijn per stroomgebied in te voeren.In eerste instantie zullen waterschappen met name veel moeten investeren in extra maatregelen met betrekking tot het verder aanpassen van de afvalwaterzuiveringsinstallaties aan de eisen van Brussel.
Het waterschap draagt zorg voor de kwantiteit van het water (tegengaan van wateroverlast en watertekort en een optimaal peilbeheer voor landbouw, natuur en bebouwd gebied), de kwaliteit van water (schoon oppervlaktewater, zuivering van afvalwater), veiligheid tegen water (bescherming tegen overstroming).Het waterschap is daarmee in zijn beheersgebied verantwoordelijk voor het regionale op-pervlaktewaterbeheer. Ongeveer 95 procent van alle dijken, duinen en kaden is in beheer van de waterschappen. Een aantal waterschappen in het westen van Nederland is ook wegbeheerder. In enkele gevallen zijn waterschappen ook vaarwegbeheerder. Het waterschap is een overheid met maar één taak: de zorg voor de waterstaat in een bepaald gebied. Het is een functionele overheid. Dit in tegenstelling tot de provincie en de gemeente. Dat zijn algemene overheden.
De waterschappen hebben individueel vastgelegd welke maatregelen ze tot 2008 moeten nemen om te voldoen aan de eisen van het nieuwe waterbeheer. Voorbeelden zijn het aanleggen van waterbergingsgebieden of het hermeanderen van beken. Daarnaast staat in het NBW dat de vraag naar ruimte voor water per stroomgebied moet worden onderbouwd. Het NBW geeft daarvoor een normering voor extreme wateroverlast. Deze normering vormt de komende jaren het vertrekpunt voor de vraag of het watersysteem in een bepaald gebied extreme neerslag kan verwerken. Het vormt de basis om te bepalen welke projecten nodig zijn om in 2015 het watersysteem in stad en buitengebied op orde te hebben. Waterschappen toetsen de werknormen. De ervaring met deze toetsing wordt later gebruikt om landelijk een besluit te nemen over de definitief te hanteren normering.
Het belangrijkst is dat in de besturen nieuwe stijl vertegenwoordigers van het algemene taakbelang en vertegenwoordigers van specifieke taakbelangen zullen zitten. De vertegenwoordigers van het algemeen taakbelang zullen door de inwoners van het waterschap gekozen worden. Bedrijven, agrariërs en bos- en natuurterreinbeheerders vormen de specifieke belangencategorieën. De waterschappen en het kabinet vinden het belang dat deze groepen bij het waterbeheer hebben zo groot dat ze verzekerd moeten zijn van een zodanig aantal zetels in het bestuur dat dat recht doet aan dat belang. De provincie bepaalt hoeveel zetels zo’n belangencategorie in het bestuur van het waterschap krijgt.
Het beheer en onderhoud aan de primaire keringen betalen de waterschappen zelf. Zij krijgen dat geld door het heffen van belasting. De dijkverbeteringen betaalt de Rijksoverheid. Het zijn wel de waterschappen die dat vervolgens uitvoeren. Onderhoud en verbetering van de regionale keringen, zoals veendijken en kades, worden door de waterschappen betaald en uitgevoerd.
veilige dijken, schoon water, droge voeten en voldoende water
