
GrondwaterbeheerGrondwater is voor iedereen van groot belang. Het water dat zich vlak onder het maaiveld bevindt kan door planten, struiken en bomen worden opgenomen, samen met de benodigde voedingsstoffen. Het grondwater houdt Limburg dus groen. Dieper grondwater wordt door industrieën gebruikt om de productie gaande te houden, bier te kunnen brouwen, door de WML om schoon water uit de kraan te laten vloeien, enz. Bij de aanleg van gebouwen of infrastructuur zit het grondwater vaak in de weg: het wordt opgepompt om het werk droog uit te kunnen voeren. Verder is het grondwater niet overal schoon. Soms is een sanering noodzakelijk waarbij het grondwater wordt opgepompt en gereinigd.
Gezien deze belangen is het beheer van het grondwater wettelijk geregeld. De Provincie Limburg heeft in de Grondwaterwet de taak gekregen om het grondwater in Limburg te beheren. Voor wat haar beheersgebied betreft zijn de volgende onderdelen van deze taak gedelegeerd aan het waterschap:
Op het bijgevoegde schema kunt u nagaan welke instantie bevoegd gezag is.
Bij het beheren van het grondwater wordt rekening gehouden met meerdere belangen: zowel de drinkwaterbereiding, de industrie die het water nodig heeft voor zijn productie, als de natuur en de landbouw die zonder water verdrogen en geen oogst meer opleveren.
De wijze waarop het grondwater beheerd moet worden is voor Limburg verder uitgewerkt in het POL en de Verordening Waterhuishouding Limburg 1997. Met uitzondering van zeer kleine pompen die ruim buiten de belangrijkste Limburgse natuurgebieden staan, is altijd een melding of vergunning nodig voor het onttrekken van grondwater. In de verordening staat beschreven wánneer het een melding is en wánneer een vergunning. In het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL) staat het beleid van de provincie omschreven. Hier staat aangegeven voor welke doeleinden en functies de provincie het grondwater beschikbaar stelt. In de Verordening Waterhuishouding Limburg 1997 zijn voor het onttrekken van grondwater de volgende zones van belang:
Op de kaart van het beheersgebied van het waterschap zijn de verschillende zones aangegeven.
Bij het onttrekken van grondwater kunnen ook andere wetten en regelgeving van toepassing zijn. Voor het boren van putten kan bijvoorbeeld een ontheffing van de provinciale milieuver-ordening (PMV) nodig zijn. Als het onttrokken grondwater na gebruik wordt geloosd op een oppervlaktewater, dan kan een Wvo-vergunning, WWH-vergunning en/of een Keur-vergunning van het waterschap nodig zijn. Bij een lozing op de riolering is toestemming nodig van de beheerder en is mogelijk een Wvo-vergunning van het waterschap nodig. Bij infiltratie in de bodem kan het Lozingenbesluit en het Infiltratiebesluit van toepassing zijn. Verder kan de Natuurbeschermingswet van kracht zijn in het gebied waar de onttrekking plaats zal gaan vinden. Voor verdere informatie over andere wetten en regelgeving die van belang kunnen zijn, kan contact worden opgenomen met het waterschap, de Provincie Limburg of de gemeente.
Als u grondwater wilt gaan onttrekken, maar u weet niet zeker of u een vergunning nodig heeft of dat u misschien kunt volstaan met een melding of dat u niets hoeft te doen, bij wie u moet zijn en hoe de procedure in zijn werk gaat. Om u hierbij te helpen is hieronder beschre-ven welke situatie van toepassing kan zijn. Ga voordat u kijkt in welke categorie u valt, op basis van het schema eerst na bij welke instantie u moet zijn.
In de Verordening Waterhuishouding Limburg 1997 worden een aantal onttrekkingscategorieën onderscheiden. In de navolgende tabel krijgt u in één oogopslag zicht op de diverse voorwaarden.
Bij onttrekkingen is van belang waarvoor het water wordt onttrokken en waar de onttrekking plaatsvindt. De aard van een onttrekking (bijvoorbeeld kort of langdurig, ondiep of diep) en de belangen die door deze onttrekking geschaad kunnen worden, zijn anders voor verschillende gebruikers. Het is dus logisch dat ook de toets per gebruikstype anders is. Onder-scheiden worden: bronbemalingen en grondsaneringen, grondwatersaneringen, industriële onttrekkingen, landbouw en overige onttrekkingen. Hieronder worden deze categorieën beknopt toegelicht. Voor iedere gebruikerscategorie is ook specifieke aanvullende informatie beschikbaar bij het waterschap.
In de volgende gevallen hoeft geen melding van de grondwateronttrekking te worden gedaan of een vergunning te worden aangevraagd:
Bronbemalingen worden uitgevoerd om werkzaamheden die onder de grondwaterspiegel moeten plaatsvinden, droog uit te kunnen voeren. Ook grondsaneringen vallen in deze categorie. Als de onttrekking buiten de PES en buiten de prioritaire gebieden met bijbeho-rende bufferzone plaatsvindt, de onttrekking niet plaatsvindt onder de Brunssumklei van de Roerdalslenk, de onttrekking niet meer dan 100 m³/uur bedraagt, niet meer is dan 50.000 m³/maand én deze niet langer duurt dan 6 maanden, dan kan met een melding bij het waterschap worden volstaan. U dient zich dan te houden aan de Algemene Regels, zoals deze zijn opgenomen in de Verordening Waterhuishouding Limburg 1997. Wordt aan één of meer van deze criteria niet voldaan, dan is een vergunning noodzakelijk. Bij een grondwater-onttrekking van 100.000 m³/jaar of meer dient deze vergunning te worden aangevraagd bij de Provincie Limburg. In alle andere gevallen bij het waterschap.
Bij een vergunningaanvraag wordt getoetst of er sprake is van verlagingen van de grondwa-terstand in hydrologisch gevoelige natuurgebieden of op nadelige effecten voor andere belangen zoals bebouwing (zettingen). Daarnaast wordt getoetst of er spaarzaam en doelmatig met het grondwater wordt omgegaan. Dit houdt in dat alternatieven voor beperking of voorkoming van de onttrekking moeten worden bekeken. Gezien de heffingen en belastin-gen die voor iedere m³ onttrokken en geloosd grondwater betaald moeten worden, kan vooral bij grote bemalingen een beperking in het debiet ook financieel aantrekkelijk zijn.
Vanuit milieuoogpunt is het soms noodzakelijk om iets te doen aan een verontreiniging die in grondwater is aangetroffen. Vaak blijkt de onttrekking van grondwater onderdeel uit te maken van de meest effectieve methode voor de sanering. Als de onttrekking buiten de PES en buiten de prioritaire gebieden met bijbehorende bufferzones plaatsvindt, de onttrekking niet plaatsvindt onder de Brunssumklei van de Roerdalslenk, de onttrekking niet meer bedraagt dan 20.000 m³/maand en niet langer duurt dan 30 maanden, dan kan met een melding bij het waterschap worden volstaan. U dient zich dan te houden aan de Algemene Regels, zoals deze zijn opgenomen in de Verordening Waterhuishouding Limburg 1997. Wordt aan één of meer van deze criteria niet voldaan, dan is een vergunning noodzakelijk. Bij een grondwater-onttrekking van 100.000 m³/jaar of meer dient deze vergunning te worden aangevraagd bij de Provincie Limburg. In alle andere gevallen bij het waterschap.
Bij een aanvraag voor een vergunning voor de grondwateronttrekking wordt hoofdzakelijk getoetst op nadelige effecten van de onttrekking op natuur, landbouw, bebouwing (zettingen) e.d. Tevens wordt getoetst of de voorgestelde methode de meest efficiënte is.
Naast de grondwateronttrekking van de WML voor drinkwater, is de industrie de grootste gebruiker van grondwater in Limburg. Eigenlijk is de term 'bedrijven' meer van toepassing, aangezien het hier niet alleen om de grote industrieën gaat, maar ook om bijvoorbeeld zwembaden en recreatieparken. In feite vallen alle bedrijfsmatige onttrekkingen van grond-water binnen deze gebruikerscategorie. De bedrijfsmatige onttrekkingen vinden vaak plaats in de diepere watervoerende lagen, omdat een goede kwaliteit water een vereiste is. Hiermee vormen deze onttrekkingen een concurrent voor de drinkwatervoorziening, die het grondwater om dezelfde reden uit de diepe lagen haalt. Daarnaast bestaan de onttrekkingen meestal tientallen jaren ('permanent'). Bij de beoordeling van vergunningaanvragen voor de industrie wordt dan ook grote aandacht besteed aan de noodzaak van de onttrekking (spaarzaam en doelmatig) én aan de eventuele effecten ervan op andere belangen, zoals natuur, landbouw, bebouwing (zettingen) en andere onttrekkingen. Bij de noodzaak van de onttrekking wordt het gebruik van grondwater vergeleken met andere mogelijkheden, zoals leidingwater van de WML. Ook worden waterbesparende maatregelen beschouwd, zoals recirculatie van water. Gezien de heffingen die voor iedere m³ onttrokken en geloosd grondwater betaald moeten worden, kan vooral bij grotere en langdurige onttrekkingen een beperking in de hoeveelheid ook financieel aantrekkelijk zijn. Bij een grondwateronttrekking van 100.000 m³/jaar of meer en de grondwateronttrekkingen voor de productie van drinkwa-ter, dient deze vergunning te worden aangevraagd bij de Provincie Limburg. In alle andere gevallen bij het waterschap.
Voor de grondwateronttrekkingen in de landbouw voor beregening en bevloeiing is onder-scheid gemaakt in de volgende categorieën:
Voor alle categorieën geldt dat als de onttrekking groter is dan 60 m³/uur een vergunning nodig is. Deze vergunning vraagt u in alle gevallen aan bij het waterschap.
Op basis van de Verordening Waterhuishouding Limburg 1997 geldt voor een onttrekking onder de Brunssumklei van de Roerdalslenk een verbod voor het onttrekken van grondwater door nieuwe inrichtingen voor beregening en bevloeiing in de landbouw.
Op basis van de Verordening Waterhuishouding Limburg 1997 geldt binnen prioritaire verdrogingsgebieden, kansrijke gebieden en de bij deze gebieden behorende bufferzones én de onttrekking vindt niet plaats onder de Brunssumklei van de Roerdalslenk, een verbod voor nieuwe onttrekkingen van grondwater voor beregening en bevloeiing in de landbouw. Voor een nieuwe onttrekking of uitbreiding van een bestaande onttrekking wordt geen vergunning verleend. Onder een nieuwe onttrekking wordt verstaan een onttrekking waarvoor op 15 juli 2004 geen vergunning is verleend.
Beregening open teelt is van toepassing indien het grondwater gebruikt wordt voor berege-ning van open teelten (dus geen glastuinbouw maar ook géén zuinige technieken, boomteelt e.d.). Als de onttrekking buiten prioritaire verdrogingsgebieden, kansrijke gebieden en de bij deze gebieden behorende bufferzones ligt en de onttrekking vindt niet plaats onder de Brunssumklei van de Roerdalslenk én de onttrekking is nooit groter dan 60 m³/uur, is er alleen een melding nodig. Er moet dan worden voldaan aan de Algemene Regels, waarin onder meer de methodiek Beregenen Op Maat verplicht wordt gesteld. Is de onttrekking groter dan is een vergunning nodig.
Bij een onttrekking van grondwater voor nachtvorstbestrijding in de landbouw buiten prioritaire verdrogingsgebieden, kansrijke gebieden en de bij deze gebieden behorende bufferzones en waarbij de onttrekking niet plaatsvindt onder de Brunssumklei van de Roerdalslenk én de onttrekking is nooit groter dan 60 m³/uur, is er alleen een melding nodig. Er moet dan worden voldaan aan de Algemene Regels.
Hieronder worden verstaan onttrekkingen van grondwater die worden gebruikt voor berege-ning of bevloeiing in de landbouw door middel van druppelbevloeiing, beregeningsboom,
eb- en vloedsysteem of recirculatie. Als deze onttrekking plaatsvindt buiten de prioritaire verdrogingsgebieden, kansrijke gebieden en de bij deze gebieden behorende bufferzones en waarbij de onttrekking niet plaatsvindt onder de Brunssumklei van de Roerdalslenk én de onttrekking is nooit groter dan 60 m³/uur, is er alleen een melding nodig. Er moet dan worden voldaan aan de Algemene Regels.
Bij een onttrekking van grondwater voor boomteelt in de landbouw buiten prioritaire verdro-gingsgebieden, kansrijke gebieden en de bij deze gebieden behorende bufferzones en waarbij de onttrekking niet plaatsvindt onder de Brunssumklei van de Roerdalslenk én de onttrekking is nooit groter dan 60 m³/uur, is er alleen een melding nodig. Er moet dan worden voldaan aan de Algemene Regels.
Hieronder worden verstaan onttrekkingen van grondwater die worden gebruikt voor berege-ning of bevloeiing in de landbouw door middel van druppelbevloeiing, beregeningsboom,
eb- en vloedsysteem of recirculatie waarbij het onttrokken water tevens wordt gebruikt voor beregening of bevloeiing van open teelten en/of boomteelt. Als hier bij meer dan 50% van de beregende oppervlakte zuinige technieken worden gebruikt en als de onttrekking is gelegen buiten prioritaire verdrogingsgebieden, kansrijke gebieden en de bij deze gebieden behoren-de bufferzones en waarbij de onttrekking niet plaatsvindt onder de Brunssumklei van de Roerdalslenk én de onttrekking is nooit groter dan 60 m³/uur, is er alleen een melding nodig. Er moet dan worden voldaan aan de Algemene Regels die gelden voor Zuinige technieken.
Hieronder vallen alle onttrekkingen die niet in één van eerdergenoemde categorieën zijn in te delen, zoals Koude-Warmte-opslag, beregening van sportvelden of drinkwateronttrekkingen.
Vergunning
In alle overige gevallen is een vergunning nodig.
Let op: bij een onttrekking met een pomp met een capaciteit van 10 m³/uur of minder, én deze is gelegen buiten de Provinciale Ecologische Structuur (PES) en buiten de prioritaire gebieden met bijbehorende bufferzone en de onttrekking vindt niet plaats onder de Bruns-sumklei van de Roerdalslenk, kunt u vallen onder de vrijstellingen.
Bij een grondwateronttrekking zijn er verschillende kostenposten. Het betreft hier o.a. leges om tot een vergunning te komen en heffingen en belastingen voor het onttrokken grondwa-ter.
Provincie: De Provincie kent een Grondwaterheffing (geldend op 10-02-2005) van € 0,013/m³ als u meer dan 10.000 m³/per belastingjaar onttrekt; boven deze hoeveelheid moet u over de totaal onttrokken hoeveelheid heffing betalen. De grondwaterheffing is beschreven in de Grondwaterbelastingverordening Limburg 2000.
Rijk: Het kan zijn dat grondwaterbelasting moet worden betaald. Het Rijk legt in het kader van de Wet belastingen op milieugrondslag (geldend op 10-02-2005) een belasting van ongeveer € 0,181/m³ onttrokken water op met een drempel van 10 m³/uur. Hiervan dient u melding te doen bij de Belastingsdienst/Rivierenland/kantoor Arhnem, landelijke milieubelastingteam, Postbus 9007, 6800 DJ Arhnem. De grondwaterbelasting is beschreven in de Wet belastingen op milieugrondslag. Zie voor meer informatie belastingdienst.nl onder zakelijk bij Belastingen op milieugrondslag.
Zowel de provinciale heffing als de grondwaterbelasting geeft korting op het infiltreren van (oppervlakte)water en voor retourbemaling (het in een gesloten systeem op dezelfde diepte retourneren van het onttrokken water). Voor de provinciale heffing geldt dat dát deel dat geretourneerd wordt (geregeld in de vergunningsvoorschriften) voor de helft in mindering gebracht wordt op de onttrokken hoeveelheid grondwater.
De leges dienen ter dekking van de kosten van het maken van een vergunning. Deze zijn daarom afhankelijk van de grootte van de onttrekking: hoe groter de onttrekking, hoe complexer de vergunning is en hoe hoger dus de leges zijn. In de Verordening op de heffing en de invordering van leges zijn de bedragen voor de leges opgenomen.
Bij bronbemaling en bij verschillende bedrijfsprocessen zal het onttrokken water ook weer gedeeltelijk of volledig worden geloosd. Hieraan kunnen ook kosten verbonden zijn. Het waterschap kan bijvoorbeeld als kwaliteitsbeheerder een heffing in rekening brengen. Deze heffing is afhankelijk van de vuillast en de totale hoeveelheid geloosd afvalwater. Ook andere beheerders kunnen kosten in rekening brengen.
Indien de voorgenomen onttrekking onder de Algemene Regels valt (zie bronbemalingen / grondsaneringen en grondwatersaneringen) dan dient hiervan tenminste een maand voordat met de onttrekking wordt begonnen, een melding te worden gedaan bij het waterschap op een daarvoor bestemd meldingsformulier. U ontvangt daarna een ontvangstbevestiging van uw melding inclusief een verzoek tot het registreren en aanleveren van onttrekkingsgege-vens na afloop van de onttrekking.
De verlaging van de grondwaterstand, de hoeveelheid en duur van de onttrekking zijn niet meer dan strikt noodzakelijk voor de uitvoering van het werk. De omgeving van de pompput wordt zodanig schoongehouden dat verontreiniging van het watervoerende pakket wordt voorkomen. Voorkomen wordt dat verontreinigd water via de pompinstallatie in een water-voerend pakket terugstroomt. De Richtlijnen putten en bemalingen worden in acht genomen.
Voordat u een aanvraag voor een vergunning voor grondwateronttrekking indient, kunt u contact opnemen met de afdeling Beheer van het waterschap. Informatie over de benodigde onderdelen van een vergunningaanvraag en het aanvraagformulier kunt u daar krijgen. Ook op deze website is meer informatie beschikbaar. Uit vooroverleg kan blijken dat er (nog) niet voldoende gegevens zijn om een vergunning te verlenen, of dat niet aan de criteria voor het verlenen van een vergunning wordt voldaan. In het eerste geval zal worden overlegd over welke gegevens nog aangeleverd moeten worden. In het tweede geval zal samen met u worden besloten of compenserende maatregelen een oplossing kunnen bieden, of dat een alternatief voor grondwateronttrekking wenselijker is. Als er voldoende gegevens binnen zijn om uw aanvraag te kunnen beoordelen, wordt deze ontvankelijk verklaard. Het waterschap weegt vervolgens alle belangen af en stelt een ontwerp-beschikking op. Het streven is om dit ontwerp binnen acht weken na aanvraag klaar te hebben. In de ontwerp-beschikking staat hoe het waterschap op uw aanvraag denkt te besluiten.
De ontwerp-beschikking en de vergunningaanvraag worden daarna zes weken ter inzage gelegd. Dit gebeurt in het waterschapshuis. De tekst van de bekendmaking wordt ook gepubliceerd op de website van het waterschap. Via huis aan huisbladen wordt de terinzage-termijn bekend gemaakt. In deze termijn kan een belanghebbende schriftelijk of mondeling zienswijzen indienen tegen de ontwerp-beschikking. Eventueel kunnen deze zienswijzen ook mondeling worden toegelicht. U kunt als aanvrager ook zelf zienswijzen indienen, als u het niet eens bent met het besluit dat het waterschap over uw aanvraag wil gaan nemen.
Vervolgens neemt het waterschap een definitief besluit over uw aanvraag: de vergunning wordt verleend onder voorwaarden of geheel of gedeeltelijk geweigerd. Bij zijn beslissing houdt het waterschap rekening met de eventueel ingebrachte zienswijzen. Aan de vergunning zijn ook voorschriften verbonden, bijvoorbeeld de diepte waarop de onttrekking mag plaatsvinden. De beslissing van het waterschap krijgt u toegezonden. U moet er echter rekening mee houden dat tegen het besluit nog beroep kan worden aangetekend bij de Raad van State. De vergunning is daarom pas onherroepelijk na het aflopen van de beroeps-termijn.
Het definitieve besluit wordt zes weken ter inzage gelegd, op dezelfde wijze als de ontwerp-beschikking (beroepstermijn). In deze periode kan tegen het besluit beroep worden ingesteld bij de Raad van State. In beginsel kunnen alleen (rechts)personen beroep instellen indien zij op het ontwerp-besluit zienswijzen hebben ingebracht, of als zij aannemelijk kunnen maken dat zij daar toen niet toe in staat waren. Als er beroep wordt ingesteld, krijgt u hiervan bericht.
Indien geen beroep wordt ingesteld, kunt u na de beroepstermijn van uw vergunning gebruik maken. Als er wel beroep is ingesteld, kunt u beter de beslissing van de Raad van State afwachten. Als er naast het beroep aan de Voorzitter van de Raad van State om een voorlopige voorziening tot schorsing van het besluit is gevraagd, bent u verplicht de beslissing af te wachten.
Een vergunning bestaat uit twee delen: een algemene toelichting op de aanvraag en de overwegingen en het besluit met de daaraan verbonden voorschriften. In de toelichting wordt een beschrijving gegeven van de situatie ter plaatse, de gevolgen van de onttrekking, ingediende bedenkingen, etc. Het besluit en de voorschriften geven aan wat er precies vergund is en waaraan moet worden voldaan.
Besluit: Het besluit is het 'hart' van de vergunning. Hier staat wat er precies vergund is. De volgende onderdelen komen hierin voor:
Voorschriften: Aan iedere vergunning zijn voorschriften verbonden, eisen waaraan moet worden voldaan. In principe kunnen 6 onderwerpen voorkomen:
Meldingsformulier Grondwateronttrekking ten behoeve van bronbemaling en sanering
Nieuwe inrichting voor een vergunning als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Grondwaterwet
Bestaande inrichting voor een vergunning als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Grondwaterwet
Met een vergunning voor grondwateronttrekking zijn de andere vergunningen die u nodig heeft, niet ook gelijk geregeld (Wvo-vergunning voor de lozing van water, bouwvergunning, Provinciale Milieuverordening (PMV) voor het plaatsen van boringen, etc.). Neem tijdig contact op met het waterschap als u grondwater wilt onttrekken: de proceduretijd bedraagt 6-7 maanden. De termijn om tot ontvankelijke aanvraag te komen (dus vóórdat de procedure begint) duurt vaak ook enkele maanden tot zelfs een jaar bij ingewikkelde aanvragen.
Wanneer de pompcapaciteit niet meer dan 10 m³/uur bedraagt, heeft u in de volgende situaties geen vergunning nodig en hoeft u ook geen melding te doen op basis van de Grondwaterwet:
Dit is de snelste en de goedkoopste manier om grondwater te onttrekken. Wanneer u op korte afstand van elkaar meerdere putten met een capaciteit van minder dan 10 m³/uur plaatst, worden deze wel bij elkaar opgeteld en heeft u dus toch een vergunning nodig. Het infiltreren van bemalingswater kan geld besparen (korting op Rijksbelasting en provinciale heffing, lagere lozingskosten). Ook kan dit tijd besparen: waarschijnlijk minder effecten, hierdoor een snellere afweging mogelijk en bovendien een kleinere kans op bedenkingen.
veilige dijken, schoon water, droge voeten en voldoende water